Werkkostenregeling 2011

De huidige wet- en regelgeving voor vergoedingen en verstrekkingen wordt per 1 januari 2011 vervangen door de werkkostenregeling. Door de komst van dit regime wordt alles wat een werkgever aan een werknemer vergoedt of verstrekt, in eerste instantie tot het loon gerekend. Heel concreet betekent dit dat de belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen straks niet meer bestaan. In principe is álles belast; het is echter aan de werkgever om te bepalen of het loon bij de werknemer of bij de werkgever wordt belast. Formeel is de keuze vrij: kostenvergoedingen, kerstpakketten, fietsen en andere verstrekkingen kunnen bij de werkgever worden belast, maar die kan er ook voor kiezen om bepaalde vergoedingen of verstrekkingen bij de werknemer te belasten.

Vrije ruimte

Een bepaald deel van het loon waarvan de werkgever heeft bepaald dat hij de belasting voor zijn rekening neemt (eindheffing), blijft uiteindelijk vrij van belasting - en premieheffing. Dit wordt de 'vrije ruimte' genoemd. Deze vrije ruimte bedraagt 1,4% van de fiscale loonsom. Over het bedrag boven de vrije ruimte moet de werkgever 80% eindheffing betalen. Als er in een onderneming loon uit vroegere arbeid (groene tabel) in de loonadministratie is opgenomen, telt dit mee voor de berekening van de vrije ruimte als het betreffende bedrag lager is dan 10% van de totale loonsom. Bedraagt het loon uit vroegere arbeid meer dan 10% van de totale loonsom, dan mag dit niet worden meegenomen voor de berekening van de vrije ruimte. Ook het loon van werknemers die in Nederland niet aan de belastingheffing zijn onderworpen, telt niet mee.

Door de invoering van de werkkostenregeling ontstaan er twee vormen van loon:

Gebruikelijkheidstoets

Bij het maken van de keuze tussen wel of niet bij de werkgever belasten, geldt als voorwaarde dat de totale omvang van aangewezen vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate (30% of meer) mag afwijken van hetgeen gebruikelijk is. Dit is de zogeheten gebruikelijkheidstoets. Deze bepaling is erop gericht om oneigenlijk gebruik te beperken en biedt de inspecteur de mogelijkheid om extreme situaties te bestrijden.

Gerichte vrijstellingen

Op het 'loon belast bij de werkgever' mogen de zogenoemde gerichte vrijstellingen in mindering worden gebracht, deze zijn:

Wat nu overblijft, is het 'loon werkkostenregeling'.

Forfaitaire waarderingen

Evenals in de huidige regeling, kent ook de werkkostenregeling forfaitaire waarderingen. In de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 is opgenomen voor welke vormen van loon in natura men onder de werkkostenregeling normbedragen mag (blijven) hanteren. Het gaat hierbij om:

Naast deze forfaitaire waarderingen zijn er ook een aantal zaken die men op nihil mag waarderen. Het gaat hierbij vooral om verstrekkingen of voorzieningen die gerelateerd zijn aan de werkplek. De nihilwaarderingen zijn:

Auto van de zaak

Het meest voorkomende normbedrag is de bijtelling voor de auto van de zaak. In het kader van de werkkostenregeling zal er met betrekking tot de auto van de zaak geen wijziging worden doorgevoerd. De regels omtrent de bijtelling auto van de zaak blijven ongewijzigd.

Dienstwoning

Ook de dienstwoning blijft geheel buiten de werkkostenregeling en is altijd normaal belastloon. De forfaitaire waardering van het gebruik van de dienstwoning blijft zoals deze nu is, namelijk op de economische huurwaarde, met een maximum van 18% van het jaarloon. 

In bovenstaande is aangegeven wat onder de werkkostenregeling op nihil mag worden gewaardeerd en welke bestanddelen onder de gerichte vrijstelling vallen. Alle looncomponenten die over blijven en waarvoor de keuze is gemaakt om deze aan te merken als 'loon belast bij de werkgever' komen ten laste van de vrije ruimte van 1,4%. Wordt deze grens overschreden dan moet er over het meerdere 80% eindheffing worden betaald. Onderstaand een aantal voorbeelden van looncomponenten die altijd ten laste van de vrije ruimte zijn:

 Bronvermelding: Salaris Rendement oktober 2010

<< Terug naar het nieuwsoverzicht